Ik zit vast.
Alsof ik niet voor- of achteruit kan.
Vlees noch vis.
Kan geen woorden geven aan hoe ik me voel.
Alleen: VAST.

Al weken voel ik me moe. 
En wat ik ook doe of probeer, ik lijk er maar niet doorheen te komen.
Voel me niet depri maar ook niet blij.
Ik weet het gewoon even niet.
Alleen dat het “vast” zit.

Weerstand geeft blokkade, dat weet ik.
Maar voor mijn gevoel zat ik niet in de weerstand.
Flow voelde ik echter ook niet.
Nu besef ik me dat ik, juist dóór er van alles aan proberen te doen, ik eigenlijk weerstand bood voor wat mijn geest mij al die tijd wilde vertellen…

Na de lezing die ik gaf, ging het namelijk bergafwaarts.
Het was best een confrontatie om voor mensen die ALLES voor een kind over hebben, iets te vertellen over mijn achtergrond.
Eigenlijk was dat best wel gênant.
Ik zei ook;

‘Ik besef me dat jullie zoveel moeite hebben gedaan om een kind te adopteren. En dan zijn er ook ouders die daar geen moeite voor hoeven te doen en ze eigenlijk beter niet zouden moeten krijgen.’

Mijn ouders hebben mij namelijk jarenlang wijsgemaakt dat ik niet van hun was.
Dat ze mij gevonden hadden in een vuilnisbak.
Ik had “geluk”, want mijn vader liep over straat en hoorde iets.
Toen hij ging zoeken vond hij mij; gedumpt in een vuilnisbak.
Net op tijd, want de vuilniswagen kwam al om de hoek kijken.
Ik was een Turk, zo zeiden ze.
En ja, in de jaren 70 waren dat de gastarbeiders die naar Nederland kwamen.
De laagste kaste van onze maatschappij, toentertijd.
Jaren hebben ze dat volgehouden, zelfs mijn oma bevestigde het toen ik het aan haar vroeg.

De grap was, dat ik als kind door andere kinderen buiten ons dorp een paar keer ben uitgescholden voor
“Vuile Turk”. 
‘Heb je wel een klap gehad van een Turk?

zei ik dan stoer met borst vooruit en vuisten omhoog.
Kon nog geen deuk in een pakje boter slaan, maar het had wel effect.

Als volwassen vrouw werkte ik op Schiphol en soms ook bij de Incheck voor Turkse Maatschappijen.
Turkse mensen dachten vaak dat ik een landgenoot was.
Ben regelmatig in het Turks aangesproken, ook gewoon op straat.
De lezing bracht het verhaal bij mij naar boven.

Een boek over bindingsangst en verlatingsangst bracht weer andere dingen naar boven.
Zoals “vriendschap” en het feit waarom ik dat had opgegeven.
Die herinnering bracht me weer naar een volgende waar ik een blog over schreef en publiceerde op de verjaardag van mijn jongste kind die ik al 11 jaar niet meer gezien heb.

Tussendoor ging ook de sessie bij de therapeute volledig de mist in.
Een gillende en krijsende vrouw in de wachtkamer deed mij op al mijn knoppen drukken.
Ben er nog niet van bijkomen…

Zo terugkijkend snap ik waarom ik VAST zit.
Het is veel, ZO veel om te bevatten en te processen…
En ja, nu ik dit gevoel durf toe te laten weet ik dat ik het liefst twee armen om mij heen had gewild.
Armen waar ik me even klein in kon voelen en mijn tranen kon laten stromen.
Iemand die in mijn oor fluisterde dat het oké is om te huilen.
Dat het goed is en goed komt en dat ik me gewoon maar moet laten gaan.

Go with the Flow…..
De flow van tranen.
Van verdriet.
En pijn.

Er zijn geen sterkte armen beschikbaar…
En dus maak ik een warm bad voor mezelf klaar.
Om mezelf te omgeven met wat warmte en te zijn met wat er NU is: verdriet, pijn, gemis en wie weet….óók tranen.

Dank lieve M. voor je tip.
Je zorg, liefde en aandacht door de messenger heen, was voelbaar.

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *