PTSS na bevalling

PTSS na bevalling

Hoe iets ‘natuurlijks’ als een bevalling een ernstig trauma kan veroorzaken

Ingezonden door: Debby (meer info onderaan blog)

Alles werd duister

Het begon in de supermarkt, in de zomer van 2013. In Albert Heijn, om specifieker te zijn. Ik liep daar met mijn echtgenoot en ons jongste kind, zoals wel vaker, enzonder enige waarschuwing voelde het plots alsof alles wat mij mens maakte uit me werd gezogen. Het voelde alsof de last van de wereld op mijn schouders lag, en alles leek duister.

Ik kon niet meer nadenken, niet praten, slechts wezenloos voor me uit staren.

Mijn man, het licht in al mijn duister, nam me mee naar huis.

Diagnose PTSS

In de weken die volgden zouden twee verschillende psychologen de diagnose PTSS stellen: post-traumatisch stress syndroom. Er waren nachtmerries, paniekaanvallen, geheugenverlies, en een ernstige concentratiestoornis. Hoewel de symptomen een duidelijk verhaal vertelden en beide psychologen mij een ‘klassiek geval’ noemden, hing de zweem van ongeloof er ook omheen voor mij.

Zo erg was het toch niet? Het was wel erg, je ging bijna dood, zei de therapeute waar ik uiteindelijk EMDR zou doen.

‘Bijna’, haastte ik me dan te zeggen. Dan keek ze me betekenisvol aan en wij wisten allebei: ik ben niet degene die gelijk heeft nu.

Zwangerschap

Het was eind maart 2013 toen ik met 29 weken zwangerschap voor het eerst werd opgenomen in het ziekenhuis vanwege een verhoogde bloeddruk. Het was mijn tweede kindje, en daar de eerste moeiteloos zonder enige complicatie was geboren bij 40 weken dacht ik nu een herhaling te krijgen van toen.

Bevallen, dat kon ik. Dat was al bewezen.

In de weken die volgden tot aan 24 april 2013 werd ik in totaal vijf keer opgenomen. Telkens met een hoge bloeddruk, en ‘kans op daaruit voortvloeiende complicaties’. Bij elke opname groeide mijn angst, maar ik hield mijn hoofd koel. Dit zou met een sisser aflopen.

HELLP syndroom

Dat deed het niet. Die complicaties kwamen er: ik ontwikkelde het HELLP-syndroom: een levensgevaarlijke vorm (voor zowel moeder als kind) van wat zwangerschapsvergiftiging wordt genoemd. De ochtend van 24 april werd ik ingeleid. Ik was 33 weken en 5 dagen zwanger. Ik was intens verdrietig: nu zou ons kindje prematuur ter wereld komen. Naast prematuur bleek hij ook dysmatuur te zijn: veel te licht voor zijn geboortetermijn. Er zou hem een tijd wachten van vechten en lijden, en hij zou niet meteen naar huis mogen. Niet meteen naar het warme nest wat wij zorgvuldig hadden gecreëerd.

Naast het verdriet was ik ook reëel: de bevalling langer uitstellen kon mijn dood betekenen.

Er was niets te besluiten, we hadden geen keus. Lijdzaam onderging ik alles.

Spoedkeizersnede

Die bevalling verliep aanvankelijk voorspoedig, totdat het dat niet meer deed. Er volgde een spoedkeizersnede (wegens foetale nood) waarbij ik onder narcose was, een kind dat niet ademde toen het ter wereld kwam (en na wat zuurstof wel, tot op de dag van vandaag), en pulmonair oedeem (vocht achter de longen) waardoor ik naar de Intensive Care moest omdat ik ‘niet stabiel’ was. Op de IC wist een batterij aan slimme mensen in witte jassen mijn leven te redden. Na een week mocht ik naar huis, onze zoon mocht na drie weken mee. ‘Er zit wel pit in hem he’, zei de neonatologieverpleegkundige toen hij in de eerste week zelfstandig de sonde uit zijn neus trok. Het stemde ons gelukkig. Dit kind kwam er wel.

Alles was goed afgelopen, iedereen was er nog, nu konden we vooruit, dacht ik. Maar ik rekende de PTSS niet mee.

Elke dag paniek en angst

Want die won het van mij, elke dag. En elke dag hing aan elkaar van paniek en angst. Geluiden, prikkels, mensen, geuren, alles kon een paniekaanval uitlokken. En in vrijwel de meeste gevallen deed het dat ook. Ik vermeed plekken waar veel mensen waren, ik wilde de telefoon niet opnemen, ik hyperventileerde als de deurbel ging, en het allerergste: soms kon ik niet voor mijn twee kinderen zorgen. Dan was ook de zorg die zij vroegen te veel, en belde ik voor de zoveelste keer mijn man op zijn werk met de smeekbede te komen helpen. Hij kwam, elke keer. En elke keer werd ik een beetje kleiner.

Als moeder faalde ik, en het brak mijn hart.

Soms wilde ik gewoon verdwijnen

Meer dan eens bedacht ik me hoe heerlijk het voor ze zou zijn als ik gewoon verdween, als mijn beperkingen niet zo een stempel op hun jeugd zou drukken. Maar echt weg gaan deed ik nooit, want ergens wist ik: dit is niet wie ik ben. Ooit was ik gezond, stabiel, gelukkig. Ooit word ik weer mezelf. Dat vooruitzicht was wat me op de been hield, maar soms ook een utopie.

Als je gillend gek wordt van de angst in je lichaam is het moeilijk te geloven dat je ooit weer onbezorgd kan zijn.

EMDR is geen picknick

Naast alle pech rondom de bevalling had ik ook geluk, want ik trof een fantastische therapeute. 18 lange maanden deden we EMDR. Na elke sessie was ik twee dagen uitgecheckt: ik kon niet veel anders dan in bed liggen en voor me uit staren. Maar op dag drie leek er wat ruimte. Iets meer dan daarvoor, niet zichtbaar voor anderen maar voor mij zo waardevol. Voor aanvang van elke sessie was ik misselijk van de zenuwen. EMDR is geen picknick, en een traumatische gebeurtenis herbeleven door het steeds opnieuw te vertellen was enorm zwaar.

Ik zag er elke keer tegenop. Maar mijn wens om mezelf te worden was groter dan de bezwaren.

En stukje bij beetje werd er iets van het trauma afgeschaafd. Iets minder trauma, iets meer ruimte. Met de ruimte groeide ook mijn veerkracht. De nachtmerries verdwenen, de paniekaanvallen werden tot een minimum beperkt, en ik de loop van anderhalf jaar hervond ik mezelf.

Bewuster leven

Inmiddels is het november 2017. De PTSS is drie jaar geleden. Het was toen iets wat mij overkwam, en waar we ons doorheen hebben geworsteld.

Maar het heeft ook de basis gelegd voor een ander leven. Een beter leven, met bewustere keuzes en meer tijd voor elkaar.

Het prematuur en dysmatuur geboren jongetje is een vrolijke kleuter met blonde krullen. Hij heeft de wenkbrauwen van zijn vader, de lange wimpers van zijn moeder, en de charme van zijn grote broer. We hebben bergen verzet sinds zijn geboorte, er is veel veranderd, maar niet alles gelukkig: er zit nog steeds pit in hem.

 

Over de auteur: Debby Haagmans, geboren in ’81. Sinds 2001 gediplomeerd verzorgende IG. Sinds 2015 combineert ze haar liefde voor zorg met haar liefde voor schrijven en is ze, naast dat ze ook gewoon aan het bed staat, freelance schrijver binnen de gezondheidszorg. Zie website www.dezorgschrijver.nl

TIP: lees ook https://www.mamanova.nl/2016/12/05/genoeggezwegen/ voor meer info over dit onderwerp

 

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *